Waarom werkgevers niet kunnen wegkijken

1 mei 2026
Afbeelding Waarom werkgevers niet kunnen wegkijken

Op 19 april 2026 vond de Landelijke Dag tegen Pesten plaats. Deze dag is geen symbolisch moment, maar een confronterende herinnering aan een hardnekkig probleem dat zich ook op de werkvloer blijft voordoen. Pesten op het werk is zelden een op zichzelf staand incident; het is een structureel vraagstuk met directe gevolgen voor zowel medewerkers als organisaties. 

Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025 – Resultaten in vogelvlucht blijkt dat 17% van de werknemers in het afgelopen jaar te maken had met ongewenst gedrag op het werk, waaronder pesten, intimidatie en discriminatie. Ongewenst gedrag door klanten kwam het meest voor (11%), gevolgd door gedrag door collega’s (5,4%) en leidinggevenden (2,9%). Ongewenst gedrag tussen collega’s betrof relatief vaak pesten. Daarnaast gaf 11% van de medewerkers aan zich in 2025 gediscrimineerd te hebben gevoeld op het werk. 

Vakbond CNV schetste in haar onderzoek uit 2024 een nog zorgwekkender beeld: 27% van de werkenden heeft ervaring met pesten of ongewenst gedrag, wat neerkomt op circa 2,6 miljoen mensen. In één op de zes gevallen gaat het daarbij om pesten door een leidinggevende. Deze cijfers onderstrepen dat pesten op de werkvloer geen randverschijnsel is, maar een structureel probleem dat blijvende aandacht vraagt. 

Pesten is meer dan zichtbaar gedrag 

Bij pesten wordt vaak gedacht aan openlijke gedragingen zoals roddelen, kleineren of buitensluiten. In de praktijk spelen echter ook minder zichtbare, subtiele vormen van gedrag een belangrijke rol. Een voorbeeld hiervan is microagressie. 

Volgens kennisinstituut Movisie (publicatie m.b.t. microagressie) zijn microagressies; subtiele, vaak alledaagse, bewuste maar vooral onbewuste opmerkingen of handelingen, gebaseerd op stereotypen en vooroordelen, die bedoeld of onbedoeld als kwetsend worden ervaren en (in)direct discriminatoire patronen in stand houden. Voorbeelden zijn terugkerende “grapjes” ten koste van dezelfde persoon, het structureel negeren of onderbreken van iemands bijdrage, vragen als “Waar kom je nou écht vandaan?” of het bagatelliseren van ervaringen met uitspraken als “zo erg is het toch niet?”. Hoewel dergelijke gedragingen op zichzelf klein kunnen lijken, is juist het opeenstapelende effect ervan schadelijk. 

Juist dit subtiele gedrag vraagt om alertheid van leidinggevenden op de organisatiecultuur en om bewust en consistent goed voorbeeldgedrag. 

De gevolgen raken iedereen 

De impact van ongewenste omgangsvormen zoals pesten en microagressie is groot. Ze vergroten de psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en kunnen leiden tot stressklachten, burn-out en langdurig ziekteverzuim. Volgens de Arbobalans van TNO (Artikel Arbobalans: kosten werkgerelateerd ziekteverzuim blijven stijgen) is meer dan de helft van de kosten van werkgerelateerd verzuim toe te schrijven aan psychosociale arbeidsbelasting, waaronder ongewenste omgangsvormen. 

In organisaties waar pesten en microagressie onvoldoende worden aangepakt, ontstaat bovendien een sociaal onveilig werkklimaat. Medewerkers spreken zich minder uit, melden signalen minder snel en trekken zich terug. Dit wordt versterkt doordat pestgedrag lang niet altijd wordt gemeld, vaak uit angst voor negatieve gevolgen, afhankelijkheid van leidinggevenden of twijfel of het gedrag “ernstig genoeg” is. 

Van bewustwording naar structurele actie 

Een effectieve aanpak vraagt om meer dan beleid op papier. Structurele aandacht is nodig op meerdere niveaus: 

  • Voorkomen: door gewenste en ongewenste omgangsvormen expliciet te benoemen, inclusief aandacht voor microagressie en de impact daarvan. 
  • Openstellen: door bewustwording van eigen (voorbeeld)gedrag en de organisatiecultuur, en de bereidheid om kritisch in de spiegel te kijken, zowel individueel als collectief.  
  • Signaleren: door leidinggevendeni én teams te ondersteunen bij het herkennen en bespreekbaar maken van (subtiele) signalen van pesten en andere vormen van ongewenste omgangsvormen.  
  • Toestaan (psychologische veiligheid): door een cultuur te creëren waarin medewerkers ervaren dat het veilig is om zich uit te spreken, vragen te stellen, elkaar aan te spreken en het gesprek aan te gaan vanuit nieuwsgierigheid en begrip. Dit vraagt in het bijzonder van leidinggevenden bewustzijn van hun voorbeeldrol en de impact van hiërarchische verhoudingen. 
  • Tegengaan: door duidelijke meldroutes, leidinggevenden die hun verantwoordelijkheid nemen bij opvolging van signalen en meldingen, goed gepositioneerde vertrouwenspersonen en consequent optreden bij ongewenste omgangsvormen. Wegkijken is geen optie. 
  • Blijvend bewustzijn: door sociale en psychologische veiligheid structureel te agenderen in overleggen, te evalueren via Medewerkerstevredenheidsonderzoeken en de RI&E en te verankeren in leiderschaps- en ontwikkeltrajecten . 

Blijvende aandacht nodig 

De Landelijke Dag tegen Pesten is daarmee geen eindpunt, maar een aansporing tot structureel handelen. Pesten, discriminatie en andere vormen van ongewenste omgangsvormen verdwijnen niet vanzelf. Dit vraagt om voortdurende aandacht, duidelijke kaders en een organisatiecultuur waarin respect en veiligheid centraal staan. De kernvraag voor werkgevers is dan ook niet óf pesten voorkomt, maar of het wordt herkend, bespreekbaar wordt gemaakt en daadwerkelijk wordt aangepakt. 

Wat het NCIP kan betekenen 

Het NCIP ondersteunt organisaties bij het versterken van sociale en psychologische veiligheid. Wij helpen bij het in kaart brengen van het sociale veiligheidskader, het evalueren en implementeren van passend beleid en meldstructuren, en het vergroten van bewustwording binnen de organisatie. Daarnaast beschikt het NCIP over gecertificeerde externe vertrouwenspersonen die organisaties professioneel en onafhankelijk kunnen ondersteunen. 

 

Auteur

Afbeelding Waarom werkgevers niet kunnen wegkijken

Adinda Lammens

senior compliance officer, adviseur en externe vertrouwenspersoon