
Autoblog publiceerde op 26 september 2026 een artikel over de plekken waar de verplichte EU-camera in nieuwe auto’s verstopt zit. Ik moest eerlijk gezegd even opzoeken waar het precies over ging. Blijkbaar moeten autofabrikanten tegenwoordig een systeem inbouwen dat de alertheid van de bestuurder bewaakt. De officiële naam is ADDW: Advanced Driver Distraction Warning. Sinds juli 2026 verplicht in nieuwe auto’s in de EU.
Dat systeem houdt in de gaten of je nog wel voldoende aandacht hebt voor de weg. Kijk je te lang ergens anders naar, dan word je daar met geluiden of signalen op gewezen. De elektronica als betweterige bijrijder…
Daar kun je natuurlijk van alles van vinden. Van betutteling tot een logische veiligheidsmaatregel. Persoonlijk vermoed ik dat veel telefoongebruik achter het stuur hiermee ook zichtbaar wordt. Als ik onderweg om me heen kijk, lijkt dat eerlijk gezegd geen overbodige luxe. Mijn eigen auto heeft overigens nog geen ADDW, dus ik kan voorlopig nog ongecontroleerd afgeleid zijn.
Het is een interessante vorm van toezicht. Een elektronisch oog houdt toezicht op jouw ogen en kijkt of jij wel goed kijkt. Dat klinkt bijna als een compliance-maatregel.
Maar serieus: kunnen wij als compliance-, risk- of privacy professional hier iets van leren? Is continu toezicht met directe terugkoppeling het ideale model? Omdat we niet langer op het gezonde verstand of het moreel kompas van mensen kunnen vertrouwen? Of omdat controle inmiddels comfortabeler voelt dan vertrouwen?
Soms vraag ik mij af hoe dit eruit zou zien in onze eigen praktijk. Stel dat iedere medewerker een ADDW-bril krijgt:
Het klinkt natuurlijk absurd. Al realiseer ik mij tijdens het schrijven dat iemand ergens waarschijnlijk al een businesscase aan het maken is.
Begrijp me niet verkeerd. Toezicht heeft absoluut zijn waarde. Maar ergens ligt een grens. Neem auto’s. Automatische verlichting is handig. Totdat het overdag mistig wordt en de bestuurder ervan uitgaat dat de auto alles wel regelt. Of totdat iemand zonder verlichting in het donker rijdt omdat het dashboard keurig verlicht is en alles normaal lijkt.
De technologie neemt iets over, waardoor mensen er minder over nadenken. Dat zie je ook in organisaties. Hoe meer controles worden ingebouwd, hoe groter de kans dat mensen denken: “Dat heeft vast iemand anders al gecontroleerd.”
Hetzelfde mechanisme zie je soms bij vier-ogencontroles. Die zijn bedoeld om fouten te voorkomen, maar kunnen onbedoeld ook leiden tot gemakzucht. Want die andere persoon ziet het toch wel? En zo ontstaat langzaam een vicieuze cirkel waarin iedereen vertrouwt op de controle en niemand meer op zijn eigen oordeel.
Wat ik bijzonder vind aan regelgeving voor het rijden is dat telefoongebruik terecht wordt ontmoedigd omdat het afleidt. Tegelijkertijd zijn in veel nieuwe auto’s de fysieke knoppen verdwenen en vervangen door grote schermen met menu’s, submenu’s en nog meer submenu’s. Wil je de temperatuur aanpassen, dan moet je soms zoveel handelingen uitvoeren dat je bijna verlangt naar een losse knop. Als je vervolgens te lang naar dat scherm kijkt, grijpt de ADDW in.
De oplossing voor afleiding waarschuwt je voor de afleiding die mede door de oplossing is ontstaan.
Dat soort paradoxen komen wij in compliance, risk en privacy ook regelmatig tegen. Wat volgens regel A verplicht is, wordt door regel B bemoeilijkt. Wat vanuit risico-oogpunt verstandig lijkt, blijkt operationeel nauwelijks uitvoerbaar. En ondertussen voegen we met de beste bedoelingen nog een procedure, protocol, instructie of controle toe.
Misschien zouden we daarom wat vaker twee stappen achteruit moeten zetten.
In de paradox van regels zit volgens mij de kern. Iedere maatregel heeft een prijs. Niet alleen financieel, maar ook organisatorisch, cultureel en soms zelfs maatschappelijk.
Ik las onlangs een interview met de CEO van Dacia. Zijn stelling was dat het steeds moeilijker wordt om eenvoudige en betaalbare auto’s te bouwen door de aanhoudende stroom van nieuwe verplichtingen. Natuurlijk preekt hij deels voor eigen parochie. Maar zijn punt is wel relevant: iedere nieuwe eis heeft gevolgen die verder reiken dan het oorspronkelijke doel.
Dat geldt net zo goed voor onze eigen adviezen. Als we een maatregel voorstellen, zouden we onszelf minstens vier vragen moeten stellen:
Dat laatste wordt opvallend vaak vergeten. Misschien komt dat doordat wij van nature vooral kijken naar het risico dat moet worden opgelost. Veel minder aandacht gaat uit naar de gevolgen van de oplossing zelf.
En juist daar ontstaat een belangrijke blinde vlek. Een maatregel die een risico vermindert, is niet automatisch een goede maatregel.
Misschien is het daarom tijd voor een nieuw systeem. Niet de ADDW, maar de ASEW: het Advanced Side Effect Warning systeem. Een waarschuwing die afgaat voordat we een maatregel invoeren.
Vooral die laatste melding zou waarschijnlijk regelmatig afgaan.
Ik ben niet tegen vooruitgang. Ook niet tegen maatregelen die mensen beschermen tegen zichzelf of tegen ongewenste groepsdruk. Maar ik merk wel een groeiende weerstand tegen de zoveelste regel die op zichzelf logisch lijkt, maar niet meer past in het grotere geheel. Misschien moeten we als compliance-, risk- en privacy professionals niet alleen kijken naar de effectiviteit van een maatregel, maar ook naar de samenhang ervan.
En misschien hebben we soms minder behoefte aan een ADDW en meer aan een ASEW. Een systeem dat ons waarschuwt voordat we een goedbedoelde maatregel bedenken die uiteindelijk meer bijwerkingen heeft dan het probleem dat we wilden oplossen.
Die gedachte vormt het uitgangspunt van het volgende artikel. Want als iedere maatregel iets oplost, is het misschien ook verstandig om vooraf stil te staan bij wat diezelfde maatregel veroorzaakt.