
De Data Protection Impact Assessment (DPIA) vormt in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) een basis-instrument om privacy risico’s systematisch in kaart te brengen. In de praktijk is de invulling ervan echter sterk geëvolueerd per lidstaat. In Nederland hanteert de Autoriteit Persoonsgegevens een relatief flexibele en contextgerichte benadering, terwijl op Europees niveau steeds nadrukkelijker wordt gewerkt aan harmonisatie via de European Data Protection Board (EDPB).
Deze ontwikkeling roept de vraag op hoe groot de daadwerkelijke verschuiving is: blijven DPIA’s vooral een nationaal geïnterpreteerd risicodocument, of bewegen ze richting een uniforme Europese standaard?
In de huidige praktijk wordt de DPIA in Nederland vooral benaderd als een principle based risicodocument. De AP geeft wel richting via leidraden en voorbeelden, maar laat organisaties relatief veel ruimte in de manier waarop zij hun analyse structureren.
Dat betekent dat DPIA’s vaak verschillen in vorm en diepgang. Organisaties beschrijven doorgaans het verwerkingsproces, benoemen risico’s en lichten mitigerende maatregelen toe, maar de uitwerking daarvan varieert sterk. De ene DPIA is compact en kwalitatief van aard, terwijl de andere uitgebreid en diepgaand ingaat op technische en organisatorische maatregelen.
Kenmerkend voor deze aanpak is dat proportionaliteit en context centraal staan. De vraag is niet zozeer of een vast format is gevolgd, maar of de onderliggende risicoafweging verdedigbaar is. Dit biedt flexibiliteit, maar maakt DPIA’s minder goed vergelijkbaar en soms lastig toetsbaar voor toezichthouders.
Tegelijkertijd zet de EDPB in op meer harmonisatie binnen de Europese Unie. De ontwikkeling van een uniforme DPIA-template past in een bredere beweging richting een consistenter Europees privacy kader. Op 14 april 2026 heeft de EDPB een consultatieversie gepubliceerd van een DPIA-template, aangevuld met en uitgebreide toelichting hierop.
De consultatieversie is al een complete lijst geworden van alle zaken die in een DPIA thuishoren. Kort gezegd: vul alles in en je hebt je overzicht. In mijn ogen erg handig om te zorgen ‘dat je alles hebt’.
Waar de huidige nationale praktijk nog ruimte laat voor interpretatie, introduceert de nieuwe Europese benadering een meer gestructureerde opzet. Denk aan vaste onderdelen voor procesbeschrijving, expliciete risicoanalyse, systematische weging van impact en kans, en een duidelijkere onderbouwing van de uiteindelijke risicobeslissing.
De onderliggende gedachte is dat DPIA’s beter vergelijkbaar moeten worden tussen organisaties en lidstaten. Dit vergroot niet alleen de voorspelbaarheid van toezicht, maar maakt het ook eenvoudiger om risico’s op Europees niveau te analyseren en te handhaven.
Het belangrijkste onderscheid tussen de huidige en toekomstige benadering zit niet in de inhoudelijke verplichting maar in de manier waarop die verplichting wordt uitgewerkt.
De DPIA volgens de AP-richtlijnen is in de kern een vormvrije beschrijving, waarin organisaties zelf bepalen hoe zij risico’s beschrijven en wegen. De Europese ontwikkeling duwt richting een meer gestructureerd en reproduceerbaar model, waarin gegevens, verwerkingen, grondslagen en risico’s explicieter worden gedefinieerd, onderbouwd en herleidbaar zijn.
Daarmee verschuift de DPIA geleidelijk van een document dat vooral uitlegbaar moet zijn, naar een instrument dat vergelijkbaarheid en uniformiteit bevordert en uiteindelijk ook toetsbaarheid faciliteert.
Ik ben eigenlijk wel een fan van zo’n template. Want het is een uitstekend hulpmiddel om een DPIA grotendeels uit te voeren in de eerste lijn, in de business. Als onderdeel van het projectplan is een DPIA een deliverable voor het ontwikkel/implementatieteam. En dat stelt de PO/FG in staat om hier meer objectief en onafhankelijk naar te kijken en hierover te adviseren of te beoordelen. Want hoe vaak gebeurt het niet dat de privacy specialisten binnen de organisatie de DPIA zelf uitvoeren? Daarmee blijft dan gegevensbescherming ‘iets van de privacy officer’ en wordt het niet (genoeg) gezien als een eigen verantwoordelijkheid. Want bescherming van persoonsgegevens is NIET de verantwoordelijkheid van de FG of de privacy office.
En dan is een complete template als deze ook nog eens een makkelijke manier om de business te helpen om integraal naar de verwerking van persoonsgegevens in de nieuwe tool of applicatie te kijken.
Moeten we de template dan maar klakkeloos overnemen en hanteren? Misschien wel, want ik vind deze persoonlijk voor ‘de business’ veel hanteerbaarder dan de principle based guidance van de AP, die vooral geschikt is voor de meer privacy-geschoolden onder ons.
Ik zou voor mijn organisatie de template pakken, deze overzetten naar een tekstverwerker (misschien vertalen uit het Engels) en de template gebruiken als leermiddel. Als onderdeel van awareness, training of iets dergelijks. Daarnaast zou ik de template beschikbaar stellen voor iedereen binnen de organisatie. En natuurlijk de templates toetsen op adequate invulling bij elke wijziging waar dat van toepassing is.
Je kunt ook een iets compactere versie maken, die meer op de organisatie is toegesneden, qua woordkeus en terminologie. Het meeste werk is al gedaan door de geleerden van de EDPB; je hoeft er alleen nog maar je eigen draai aan te geven.
De template geef ik in ieder geval een prominente rol in onze trainingen!